Lutjegast - dorp in Groningen
Lutjegast
Lutjegast is als wegdorp vrij gaaf gebleven, waarschijnlijk omdat het nogal geïsoleerd te midden van de venen op een zandrug lag. De agrarische streken Westerzand en Oosterzand lagen eveneens op deze zandrug. Het dorp komt in de 14e eeuw voor het eerst in bronnen voor als Minorgast, half in het vrij deftige Latijn. Minor was in 1459 al Lutkegast, kleine gaast. Een gast of gaast is een zandopduiking in het lage land.
Van enkele voorname huizen is vooral het buiten Rikkerda bekend gebleven. Het was in 1676 gesticht door Barend of Bernhard Johann Prott die vier jaar eerder naam maakte door de Münsterse troepen bij een aanval op de vesting Bourtange te weerstaan. Hij en zijn vrouw liggen in de kerk begraven. Het buiten is in 1829 gesloopt, maar onder de kop-halsrompboerderij zitten de kelders en aan de zuidoostzijde van het erf liggen de grachten van het buiten nog. Deze boerderij met de naam Rikkerda staat aan de Abel Tasmanweg 28, genoemd naar een andere beroemde zoon van Lutjegast.
In 1953 is door de premier van Tasmanië een grote bronzen plaquette ter herinnering aan de ontdekker (1642) van het Australische eiland onthuld. De plaquette zit in de buitenmuur van de kerk. De kerk is in 1877 gebouwd op een verhoogd kerkhof ter vervanging van een oudere. Het gebouw in mengstijl heeft een T-vormige plattegrond met een uit de vooruitspringende middenpartij half ingebouwde toren. Ertegenover kwam omstreeks 1885 op een ruim erf de pastorie tot stand.
Meer naar het westen is in 1922 in een beheerste overgangsstijl de torenloze gereformeerde kruiskerk gebouwd. Het kleine kerkje van de afgescheidenen staat aan De Wieren, de dwars op de hoofdas liggende weg richting Grootegast. Langs de twee straten staat verder bebouwing van bescheiden, vrijstaande woningen die in het centrum een iets compactere structuur laten zien. Aan de Molenstreek staat de romp van een korenmolen.
Colofon
Bron: Noordboek